Tuesday, 21 February 2006

Koud hè?

Toen ik vanmorgen met de hond de deur uitstapte om ons dagelijkse rondje te maken, sneed een koude wind langs mijn gezicht. Ik was er natuurlijk al op voorbereid want voor ons vertrek kijk ik wel altijd even naar buiten om te bepalen wat voor kleding ik moet aantrekken. Maar toch was het verrassend koud. In de auto keek ik op de temperatuurmeter en die gaf 3 graden Celcius aan.

Tegen de wind in tornend benam de kou mij bijna het ademhalen en moest ik soms even stoppen en mij omdraaien om met mijn rug naar de wind te gaan staan. Maar gaandeweg ging het toch wat makkelijker, ik kwam op temperatuur en dan stap ik wel door.

Halverwege kwam ik iemand tegen met vier honden. "Koud hè? zei hij "Nou!"' zei ik weer terug. Hij haalde een pakje papieren zakdoekjes uit zijn broekzak en nam er een uit, drapeerde het papiertje om zijn forse neus en met een een krachtige snuit ving hij de lading op. Hij keek eens in het papiertje of het niet gescheurd was. Kennelijk was dat wel het geval, want hij vouwde het papieren geval voorzichtig op en stopte het terug in zijn broekzak, daarop veegde hij zijn hand af in de buurt van zijn kontzak. "Tsjonge, wat is het koud, die wind maakt het nog kouder", zei hij handenwrijvend. "Ja", bracht ik uit en moest denken aan wat hij in zijn broekzak had gestopt. Met dezelfde hand maakte hij een zwaai in de lucht en zei: "Ik ga maar gauw naar huis, want ik blaas uit mijn jas". "Ja, ik ga ook weer verder", zei ik en we gingen ieder ons eigen weg, hij met de wind mee en ik er tegenin.


Nadat ik de hond weer thuis had gebracht en een kop warme boullion had gedronken, ging ik nog even weg om lekker alleen langs het strand te lopen. Met dit weer is het altijd vrij rustig, ik bedoel daarmee, dat er weinig mensen over het strand lopen. Een heel enkele jogger die een kilometers lange weg aflegt, maar verder ben je alleen met de elementen, wind om je oren, zand in je ogen, maar bovenal bezig met jezelf en je beleving van deze kostbare momenten.


Plotseling zie ik vanuit de verte een enorme hond over het strand in mijn richting rennen. Nog verder weg liep een echtpaar met nog twee honden, dus dat gevaarte dat op mij afkwam hoorde daar kennelijk ook bij. Rennend en zwaaiend met zijn staart kwam hij recht op mij af, sprong enthousiast tegen me op, drukte zijn grote lijf dicht tegen me aan en wilde aangehaald worden. Het was een grote, goedaardige en uiterst vriendelijke lobbes. Zijn baas en bazin kwamen aangelopen en verontschuldigen zich voor het vriendelijke gedrag van hun hond. "Dat doet ie vaak bij mensen, maar ik kan hem dat niet afleren. Neem me niet kwalijk hoor meneer", zei zijn baasje. "Nee hoor. Het is goed. Het is een lief beest." zei ik. "Wat is het koud he?" zei de bazin. "Ja." zei ik terug. Na nog wat gepraat over de honden gingen we ieder weer onze eigen weg. Zij tegen de wind en ik met de wind mee.