Tuesday, 15 August 2006

De Urker Visser.



Gisteren gaf ik een beeld van een Urker visser, zoals die in mijn geheugen gegrift stond. Achteraf werd ik eigenlijk wel nieuwsgierig of dat beeld wel klopte. En wat is er tegenwoordig makkelijker om iets te vinden? Ja... juist, de computer met zijn vele zoekmachientjes.



Wat een gemak is dat toch. En kijk eens!.... Het beeld in die grijze massa bij mij klopt nog ook met de werkelijkheid. Hierbij de foto's van de Urker klederdracht.



Alleen dacht ik dat die glimmende gespen op de schoenen zaten, maar ze zitten aan de sluiting van hun broek.


En dit is de klederdracht van de vrouwen.

Wil je meer wil weten over de Urker klederdracht, klik dan hierop



De Urker Visser.



Gisteren gaf ik een beeld van een Urker visser, zoals die in mijn geheugen gegrift stond. Achteraf werd ik eigenlijk wel nieuwsgierig of dat beeld wel klopte. En wat is er tegenwoordig makkelijker om iets te vinden? Ja... juist, de computer met zijn vele zoekmachientjes.



Wat een gemak is dat toch. En kijk eens!.... Het beeld in die grijze massa bij mij klopt nog ook met de werkelijkheid. Hierbij de foto's van de Urker klederdracht.



Alleen dacht ik dat die glimmende gespen op de schoenen zaten, maar ze zitten aan de sluiting van hun broek.


En dit is de klederdracht van de vrouwen.

Wil je meer wil weten over de Urker klederdracht, klik dan hierop



Sunday, 13 August 2006

Ritje naar Volendam.

Er zijn heel veel plaatsen op de wereld waar ik voor korte of langere tijd ben geweest maar één plekje, heel dicht bij, daar was ik nog nooit geweest. Volendam... Altijd gewoon voorbij gereden terwijl het eigenlijk om de hoek van de deur ligt.



Vroeger stonden aan de Binnenhaven in Den Helder altijd een heel stel visserslui de week door te praten. Tabak pruimend en rokend stonden zij daar sterke verhalen te vertellen en ondertussen werd er flink in het rond gekwat met tabakssap. Zij werden dan ook "Kringetjesspugers" genoemd. En bij het uitspreken van dat woord trokken de mensen meteen een vies gezicht.

Als kleine jongen, keek ik altijd al naar die ene man met zo'n mooi glimmend, zwart petje op. Zwarte hes of jasje met grote glimmende koperen knopen. Een oranje-rood vest of iets dergelijks daaronder. Het was een Urker vissersman van het voormalige eiland Urk.

Een wijde broek met een enorme ruimte waar zijn kont in moest passen. Dat ding kon niet verhullen dat hij geweldig kromme benen had. Dat zullen wel zeebenen zijn geweest, want ik neem aan dat hij die niet had gekregen van het paardrijden. Hoewel ik dat natuurlijk ook niet zeker weet. Ik vroeg me altijd af of het nu een lange korte broek of, een korte lange broek was. De smal toelopende pijpen eindigden ergens halverwege zijn kuiten. En tenslotte droeg hij zwarte kousen en aan zijn voeten een paar zwarte schoenen met mooie glimmende gespen. Het was waarschijnlijk zijn mooiste pak, want ik kon me niet voorstellen dat je in zoiets kon werken. Zo herinner ik mij deze man. Of de beschrijving van zijn pak helemaal juist is dat weet ik niet, maar zo heb ik hem nog voor de geest.


De Bap (Opa)

Soortgelijke kleding dragen Volendammers ook, maar met nog wijdere broeken en zij zijn er beroemd door geworden. Wereldwijd zijn Volendammers en hun kleding bekend, wat zeg ik?..... Beroemd. Als er Hollandse produkten of diensten worden aangeprezen, dan komt er altijd wel een of ander Brabands meisje in een fel gekleurd namaak Volendammer kostuum aanzetten om het aan te prijzen. Die Urker met zijn mooie pak is bij mijn weten nooit echt beroemd geworden.



't Ootje (Oma)

Ik wil toch eens laten zien wat ik vandaag heb meegenomen aan beelden uit Volendam. Er waren duizenden mensen op de been, allemaal in dat kleine stukje havengebied met de vele smalle straatjes en kleine, knusse huisjes. Het was prachtig mooi weer met een strak blauwe hemel en een aangename temperatuur van rond de 23° Celcius.

Nu zag ik met eigen ogen de plekjes die al zo vaak op de TV zijn vertoond en dat is toch wel leuk. Maar de commercie tiert er welig. Ik heb me er niet zo aan gestoord hoor, want er zijn veel Volendammers die er hun boterham mee verdienen.



Je hoort er allerlei verschillende talen spreken, sommige kan ik redelijk volgen, Duits, Engels, Vlaams en vier woorden Frans en drie Zweeds. Maar er liep ook een Taiwanese familie rond en dat was toch wat moeilijker. Hoewel met handen en voeten, een beetje Engels en een lachend gezicht werd duidelijk gemaakt dat ik een paar foto's van ze moest maken. Heel vriendelijk werd ik nagewuifd bij het afscheid. Eerst dacht ik nog even dat ze mij wilden meenemen, zo vriendelijk waren ze.


Bezoekers uit Taiwan



't Ootje

Ritje naar Volendam.

Er zijn heel veel plaatsen op de wereld waar ik voor korte of langere tijd ben geweest maar één plekje, heel dicht bij, daar was ik nog nooit geweest. Volendam... Altijd gewoon voorbij gereden terwijl het eigenlijk om de hoek van de deur ligt.



Vroeger stonden aan de Binnenhaven in Den Helder altijd een heel stel visserslui de week door te praten. Tabak pruimend en rokend stonden zij daar sterke verhalen te vertellen en ondertussen werd er flink in het rond gekwat met tabakssap. Zij werden dan ook "Kringetjesspugers" genoemd. En bij het uitspreken van dat woord trokken de mensen meteen een vies gezicht.

Als kleine jongen, keek ik altijd al naar die ene man met zo'n mooi glimmend, zwart petje op. Zwarte hes of jasje met grote glimmende koperen knopen. Een oranje-rood vest of iets dergelijks daaronder. Het was een Urker vissersman van het voormalige eiland Urk.

Een wijde broek met een enorme ruimte waar zijn kont in moest passen. Dat ding kon niet verhullen dat hij geweldig kromme benen had. Dat zullen wel zeebenen zijn geweest, want ik neem aan dat hij die niet had gekregen van het paardrijden. Hoewel ik dat natuurlijk ook niet zeker weet. Ik vroeg me altijd af of het nu een lange korte broek of, een korte lange broek was. De smal toelopende pijpen eindigden ergens halverwege zijn kuiten. En tenslotte droeg hij zwarte kousen en aan zijn voeten een paar zwarte schoenen met mooie glimmende gespen. Het was waarschijnlijk zijn mooiste pak, want ik kon me niet voorstellen dat je in zoiets kon werken. Zo herinner ik mij deze man. Of de beschrijving van zijn pak helemaal juist is dat weet ik niet, maar zo heb ik hem nog voor de geest.


De Bap (Opa)

Soortgelijke kleding dragen Volendammers ook, maar met nog wijdere broeken en zij zijn er beroemd door geworden. Wereldwijd zijn Volendammers en hun kleding bekend, wat zeg ik?..... Beroemd. Als er Hollandse produkten of diensten worden aangeprezen, dan komt er altijd wel een of ander Brabands meisje in een fel gekleurd namaak Volendammer kostuum aanzetten om het aan te prijzen. Die Urker met zijn mooie pak is bij mijn weten nooit echt beroemd geworden.



't Ootje (Oma)

Ik wil toch eens laten zien wat ik vandaag heb meegenomen aan beelden uit Volendam. Er waren duizenden mensen op de been, allemaal in dat kleine stukje havengebied met de vele smalle straatjes en kleine, knusse huisjes. Het was prachtig mooi weer met een strak blauwe hemel en een aangename temperatuur van rond de 23° Celcius.

Nu zag ik met eigen ogen de plekjes die al zo vaak op de TV zijn vertoond en dat is toch wel leuk. Maar de commercie tiert er welig. Ik heb me er niet zo aan gestoord hoor, want er zijn veel Volendammers die er hun boterham mee verdienen.



Je hoort er allerlei verschillende talen spreken, sommige kan ik redelijk volgen, Duits, Engels, Vlaams en vier woorden Frans en drie Zweeds. Maar er liep ook een Taiwanese familie rond en dat was toch wat moeilijker. Hoewel met handen en voeten, een beetje Engels en een lachend gezicht werd duidelijk gemaakt dat ik een paar foto's van ze moest maken. Heel vriendelijk werd ik nagewuifd bij het afscheid. Eerst dacht ik nog even dat ze mij wilden meenemen, zo vriendelijk waren ze.


Bezoekers uit Taiwan



't Ootje

Friday, 11 August 2006

Karin Bloemen.

Tijdens het dagelijkse rondje Weblogs lezen, kwam ik op een Amerikaanse Blog terecht waar de Blogger (schrijver) een verhaal had geschreven over hoe hij op het punt stond niet ouder te worden, maar steeds jonger.

Onmiddelijk schoot mij iets te binnen over een liedje of iets dergelijks van Karin Bloemen, waarvan ik mij herinnerde dat zij daar ook over verhaalde. Ik ging op zoek op het internet en vond binnen no time de officiële Website van Karin Bloemen. Daar heb ik eerst uitgebreid rondgekeken en kwam daar zoveel leuke dingen tegen, teksten, cd's, plakboeken, video's van haar optredens in de Nederlandse theaters, teveel om op te noemen.

Maar de tekst of het door mij gezochte liedje kon ik niet vinden. Gelukkig stond er een Contactadres bij en dat heb ik gebruikt om naar de tekst te vragen. Enkele uren later kwam er al een e-mail terug waarin werd uitgelegd dat het een Conference is geweest. En wat ik nog leuker vond was, dat ik de tekst in een bijlage kreeg.

Nadat ik een bedankje had teruggestuurd en gevraagd had of ik deze tekst mocht doorgeven kwam er weer een e-mail terug dat er geen enkel bezwaar was om de tekst door te geven. Hierbij dan de conference van Karin Bloemen. En kijk eens naar de Engelstalige video's "Lovechild" en "Dangerous Art". Je staat versteld van de snelheid waarmee ze spreekt en dan dat Londense accent. Ik lag in een deuk van het lachen.


Conf: Omgekeerd leven

Ik doe mijn ogen open, ik lig op mijn sterfbed, en daaromheen zitten mijn kinderen en mijn kleinkinderen, allemaal zijn ze er. In tranen. En ze zeggen alleen maar lieve dingen tegen me. Zoals ‘ma, weet je dat we echt heel veel van je houden’ en dan zeg ik mijn laatste woorden, zoiets als ‘wie het kleine niet eert, die valt op negers’.

Want ja, ik ben dan zo dement als een deur.

Maar toch, ik ga maar niet dood. Sterker nog, ik haal de volgende dag.

Ik ga weer een beetje eten , na een paar dagen mag het infuus eruit en wonder boven wonder, na een paar weken mag ik zelfs weer naar huis.

Nou ja, naar huis, naar een verzorgingstehuis. Maar er is wel meteen plek. Geen enkele wachtlijst. Prachtig.

En het bezoek blijft maar komen, maar meer en meer lullen ze met elkaar en niet met mij, dus is het ook niet zo erg als ze na een paar maanden nog maar één keer per week komen.

En ik, ik blijf maar opknappen, ik loop zelfs af en toe een stukkie en één voor één schieten me de namen van mijn kleinkinderen me weer te binnen. En op een dag hebben ze een huis voor me en niet zo’n klein huis ook.

In het begin heb ik nog hulp nodig om het schoon te houden, maar ook dat krijg ik onder de knie, en een jaar na mijn sterfbed ontmoet ik een oude zieke man. Echt een wrak. Een lastig wrak. Ik neem ‘m toch in huis , ik verzorg ‘m, en ik zie ‘m opknappen. We raken op elkaar gesteld en op de dag dat er drempels in het huis worden aangelegd, besluiten we samen voor het eerst op vakantie te gaan. Als vrienden.

Eerst nog met de zonnebloem. Maar later gaan we samen, steeds langer en steeds verder weg. En op het moment dat we een beetje genoeg van elkaar krijgen, wordt er een groot feest gegeven want hij krijgt een baan. En niet zo’n misselijke baan ook. Topsalaris. En iedereen om hem heen doet zo zijn best dat hij zelf helemaal niets hoeft te doen. Geweldig.

En ik, ik begin met zingen. En mijn eerste optreden is in een uitverkocht Carré. Met allemaal gastoptredens en prachtige toespraken. Na het optreden onderga ik plastische chirurgie en het resultaat is verbluffend. Zo natuurlijk.

Mijn vriend zie ik dan veel minder maar hij wordt wel steeds leuker. En op een dag gaat hij naar de tandarts en krijgt tie echte tanden.

Ik begin langzamerhand verliefd op hem te worden en op een dag kopen we een tweepersoonsbed en hebben we seks. Niet echt een groot succes, maar hoe meer we het doen, hoe spannender het wordt.

We experimenteren ons gek maar uiteindelijk besluiten we dat we het samen toch lekkerder vinden.

En ik ga aan de lijn en wat ik ook probeer, alle diëten helpen.

Ik stop van de één op de andere dag met roken, zonder een centje pijn, ik ga steeds minder drinken. En er komen twee hele leuke meiden bij ons inwonen.

Alles gaat geweldig, tot ik op een dag besluit er een jaar uit te stappen. Zomaar.

En na dat jaar wordt het opeens heel erg druk. Te druk eigenlijk.

Die twee leuke meiden beginnen me ook nog eens s’nachts uit mijn slaap te houden. En ik het gevoel dat iedereen het naar zijn zin heeft, behalve ik.

Gelukkig vind ik een hele goeie psychiater, want per sessie zie ik mezelf opknappen,

Tot ik hem niet meer nodig heb, en als die twee leuke meiden op een dag verdwenen zijn krijg ik steeds meer tijd. En ik geniet weer van alles.

Het gaat fantastisch in de liefde, ik zie eruit als een jonge godin, mijn vriend en ik verhuizen naar een kleine zolderetage in Amsterdam waar we ons helemaal sufneuken en de lekkerste wijn van de wereld kost twee euro vijftig. En dan trouwen we met een gigantisch feest. En daarna word ik alleen nog maar verliefder. Smoorverliefd. Ik kan alleen maar aan hem denken, en hij, hij schrijft gedichten voor me die ik steeds mooier begin te vinden totdat we elkaar onze allerlaatste kus geven. Zo lekker dat we niks meer van elkaar willen. We besluiten om op het hoogtepunt te stoppen.

We trekken allebei bij onze eigen ouders in. En ze doen alles voor me, en ik hou me alleen bezig met vragen zoals ‘aan het eind van het heelal, als daar een muur staat, wat is daar dan achter?

En de tijd gaat steeds langzamer lijkt het, heerlijk. Zomers duren eindeloos en woensdagmiddagen lijken maar niet om te gaan.

Ik word enthousiast van de allerkleinste dingen, van de kleinste cadeaus.

Ik kan uren spelen met helemaal niks..

Tot ik op een dag alleen maar in opperste verwondering om me heen aan het kijken ben. Kleuren, bewegingen..

En dan verdwijn ik in mijn moeder en in negen maanden slaap ik in, in een warme droomloze eeuwenlange slaap.




http://www.labloemen.nl/

Karin Bloemen.

Tijdens het dagelijkse rondje Weblogs lezen, kwam ik op een Amerikaanse Blog terecht waar de Blogger (schrijver) een verhaal had geschreven over hoe hij op het punt stond niet ouder te worden, maar steeds jonger.

Onmiddelijk schoot mij iets te binnen over een liedje of iets dergelijks van Karin Bloemen, waarvan ik mij herinnerde dat zij daar ook over verhaalde. Ik ging op zoek op het internet en vond binnen no time de officiële Website van Karin Bloemen. Daar heb ik eerst uitgebreid rondgekeken en kwam daar zoveel leuke dingen tegen, teksten, cd's, plakboeken, video's van haar optredens in de Nederlandse theaters, teveel om op te noemen.

Maar de tekst of het door mij gezochte liedje kon ik niet vinden. Gelukkig stond er een Contactadres bij en dat heb ik gebruikt om naar de tekst te vragen. Enkele uren later kwam er al een e-mail terug waarin werd uitgelegd dat het een Conference is geweest. En wat ik nog leuker vond was, dat ik de tekst in een bijlage kreeg.

Nadat ik een bedankje had teruggestuurd en gevraagd had of ik deze tekst mocht doorgeven kwam er weer een e-mail terug dat er geen enkel bezwaar was om de tekst door te geven. Hierbij dan de conference van Karin Bloemen. En kijk eens naar de Engelstalige video's "Lovechild" en "Dangerous Art". Je staat versteld van de snelheid waarmee ze spreekt en dan dat Londense accent. Ik lag in een deuk van het lachen.


Conf: Omgekeerd leven

Ik doe mijn ogen open, ik lig op mijn sterfbed, en daaromheen zitten mijn kinderen en mijn kleinkinderen, allemaal zijn ze er. In tranen. En ze zeggen alleen maar lieve dingen tegen me. Zoals ‘ma, weet je dat we echt heel veel van je houden’ en dan zeg ik mijn laatste woorden, zoiets als ‘wie het kleine niet eert, die valt op negers’.

Want ja, ik ben dan zo dement als een deur.

Maar toch, ik ga maar niet dood. Sterker nog, ik haal de volgende dag.

Ik ga weer een beetje eten , na een paar dagen mag het infuus eruit en wonder boven wonder, na een paar weken mag ik zelfs weer naar huis.

Nou ja, naar huis, naar een verzorgingstehuis. Maar er is wel meteen plek. Geen enkele wachtlijst. Prachtig.

En het bezoek blijft maar komen, maar meer en meer lullen ze met elkaar en niet met mij, dus is het ook niet zo erg als ze na een paar maanden nog maar één keer per week komen.

En ik, ik blijf maar opknappen, ik loop zelfs af en toe een stukkie en één voor één schieten me de namen van mijn kleinkinderen me weer te binnen. En op een dag hebben ze een huis voor me en niet zo’n klein huis ook.

In het begin heb ik nog hulp nodig om het schoon te houden, maar ook dat krijg ik onder de knie, en een jaar na mijn sterfbed ontmoet ik een oude zieke man. Echt een wrak. Een lastig wrak. Ik neem ‘m toch in huis , ik verzorg ‘m, en ik zie ‘m opknappen. We raken op elkaar gesteld en op de dag dat er drempels in het huis worden aangelegd, besluiten we samen voor het eerst op vakantie te gaan. Als vrienden.

Eerst nog met de zonnebloem. Maar later gaan we samen, steeds langer en steeds verder weg. En op het moment dat we een beetje genoeg van elkaar krijgen, wordt er een groot feest gegeven want hij krijgt een baan. En niet zo’n misselijke baan ook. Topsalaris. En iedereen om hem heen doet zo zijn best dat hij zelf helemaal niets hoeft te doen. Geweldig.

En ik, ik begin met zingen. En mijn eerste optreden is in een uitverkocht Carré. Met allemaal gastoptredens en prachtige toespraken. Na het optreden onderga ik plastische chirurgie en het resultaat is verbluffend. Zo natuurlijk.

Mijn vriend zie ik dan veel minder maar hij wordt wel steeds leuker. En op een dag gaat hij naar de tandarts en krijgt tie echte tanden.

Ik begin langzamerhand verliefd op hem te worden en op een dag kopen we een tweepersoonsbed en hebben we seks. Niet echt een groot succes, maar hoe meer we het doen, hoe spannender het wordt.

We experimenteren ons gek maar uiteindelijk besluiten we dat we het samen toch lekkerder vinden.

En ik ga aan de lijn en wat ik ook probeer, alle diëten helpen.

Ik stop van de één op de andere dag met roken, zonder een centje pijn, ik ga steeds minder drinken. En er komen twee hele leuke meiden bij ons inwonen.

Alles gaat geweldig, tot ik op een dag besluit er een jaar uit te stappen. Zomaar.

En na dat jaar wordt het opeens heel erg druk. Te druk eigenlijk.

Die twee leuke meiden beginnen me ook nog eens s’nachts uit mijn slaap te houden. En ik het gevoel dat iedereen het naar zijn zin heeft, behalve ik.

Gelukkig vind ik een hele goeie psychiater, want per sessie zie ik mezelf opknappen,

Tot ik hem niet meer nodig heb, en als die twee leuke meiden op een dag verdwenen zijn krijg ik steeds meer tijd. En ik geniet weer van alles.

Het gaat fantastisch in de liefde, ik zie eruit als een jonge godin, mijn vriend en ik verhuizen naar een kleine zolderetage in Amsterdam waar we ons helemaal sufneuken en de lekkerste wijn van de wereld kost twee euro vijftig. En dan trouwen we met een gigantisch feest. En daarna word ik alleen nog maar verliefder. Smoorverliefd. Ik kan alleen maar aan hem denken, en hij, hij schrijft gedichten voor me die ik steeds mooier begin te vinden totdat we elkaar onze allerlaatste kus geven. Zo lekker dat we niks meer van elkaar willen. We besluiten om op het hoogtepunt te stoppen.

We trekken allebei bij onze eigen ouders in. En ze doen alles voor me, en ik hou me alleen bezig met vragen zoals ‘aan het eind van het heelal, als daar een muur staat, wat is daar dan achter?

En de tijd gaat steeds langzamer lijkt het, heerlijk. Zomers duren eindeloos en woensdagmiddagen lijken maar niet om te gaan.

Ik word enthousiast van de allerkleinste dingen, van de kleinste cadeaus.

Ik kan uren spelen met helemaal niks..

Tot ik op een dag alleen maar in opperste verwondering om me heen aan het kijken ben. Kleuren, bewegingen..

En dan verdwijn ik in mijn moeder en in negen maanden slaap ik in, in een warme droomloze eeuwenlange slaap.




http://www.labloemen.nl/

Tuesday, 8 August 2006

The Bird.


Een echte tuin hebben wij niet. Wel een plaatsje achter het huis waar je in de zon kunt gaan zitten, en aan de voorkant een klein voortuintje met wat groen spul waar ik nooit aan mag komen. Dat is de afdeling "Hobby" van mijn vrouw. Wel is er een groot grasveld voor het huis waar nu rozenstruikjes staan en nieuw aangeplante boompjes. Deze ruimte wordt gedeeld met alle andere buurtbewoners en wordt gemaaid door een Gemeente-ambtenaar. Geen auto's voor de deur en geen verkeerslawaai. Maar.....

Wel zitten er nog vogels, hoewel veel minder sinds de grote bomen zijn omgezaagd, maar toch....
Elke ochtend wordt ik eerst gewekt door een stel kwetterende vogels, die flink kabaal maken. Ik ben nogal doof geworden, maar de herrie die ze schoppen, daar word ik echt wel wakker van. Na dit eerste concert wordt het een minuut of tien stil, dan dient zich de volgende groep zangers aan.


Nou ja, zangers.... Duiven..... Die maken een nog doordringender geluid. Het koerende geluid van deze vrienden vind ik niet bepaald mooi. Maar als je naar buiten kijkt in die vroege ochtenduren, dan zie je op de daken de mannetjes hun borst opzetten, buigingen maken en parmantig heen en weer lopen. Ze koeren, lokken de vrouwtjes en doen vreselijk hun best ze te verleiden. Bij duiven gaat dat het hele jaar door.

Maar ik dacht dat merels (blackbirds) alleen in het voorjaar dit soort bezigheid onderhielden, maar uitzonderingen bevestigen vaak de regel. Er zit hier een merel, voornamelijk aan de achterkant van ons huis en die goser maakt me toch een herrie en agressief uitvallen naar alles wat dicht in zijn buurt komt. Ik moet steeds aan de film "The Birds" van Alfred Hitchcock denken. Het is haast niet te geloven, maar dit vogeltje gaat met opgeheven staart op de kat van de buren af en ziet kans om die weg te jagen. Schreeuwend en in duikvlucht valt hij de kat aan. En die smeert hem gauw naar binnen.